10
Toen Sally thuiskwam van school vertelde haar moeder haar over wat er met Catherine Ross was gebeurd, maar er waren op Anderson High de hele middag al geruchten geweest en in de bus was het het enige waarover werd gepraat. Toch deed Sally alsof ze verbaasd was. Dat deed ze haar hele leven al, tegen haar moeder doen alsof. Het was een vaste gewoonte geworden. Ze gingen samen aan de keukentafel zitten om te praten, dus Sally wist dat er iets mis was. Haar moeder ging niet graag zitten zonder iets te doen te hebben... sokken stoppen, breien of aardappelen schillen. Of haar lessen voor de volgende dag voorbereiden. Soms werd de tafel in beslag genomen door een groot stuk glanzend wit karton waar haar moeder onder de koppen zelfstandige naamwoorden, werkwoorden en bijvoeglijke naamwoorden met een dikke zwarte viltstift rijtjes woorden schreef. Margaret had een hekel aan nietsdoen.
Het lag niet in haar aard om een groot drama van het gebeuren te maken, maar Sally kon zien dat ze bezorgd was. Ze was zo geagiteerd als ze maar zijn kon.
‘Je vader reed daar langs vlak nadat Cassie Hunters moeder Catherine had gevonden. Ze was blijkbaar zwaar aangeslagen. Hysterisch. Hij heeft de politie moeten bellen want ze wilde daar niet weggaan.’
Margaret schonk thee in en wachtte op een reactie van haar dochter. Wat verwacht ze van me, dacht Sally, moet ik gaan huilen?
‘Je vader denkt dat ze is gewurgd. Hij heeft een paar politiemensen met elkaar horen praten.’ Margaret zette de theepot neer en keek haar dochter recht in de ogen. ‘Ze zullen ook met jou willen praten, omdat jullie vriendinnen waren. Ze zullen willen weten met wie ze omging, of ze met jongens omging. Maar als het je te veel van streek maakt, moet je dat zeggen. Ze kunnen je niet dwingen met hen te praten.’
‘Waarom zouden ze dat allemaal willen weten?’
‘Ze is vermoord. Er moeten natuurlijk vragen worden gesteld. Iedereen zegt dat Magnus Tait het gedaan moet hebben, maar er zit een groot verschil in weten wie het heeft gedaan en dat bewijzen.’
Sally vond het moeilijk haar aandacht bij de woorden van haar moeder te houden. Ze merkte dat haar gedachten steeds naar Robert Isbister afdwaalden. Maar daar was het nu niet het moment voor. Het was belangrijk dat ze zich concentreerde. ‘Als ik met de politie ga praten, zijn jullie daar dan bij?’
‘Natuurlijk. Als jij dat graag wilt, zijn we erbij.’
Sally kon moeilijk zeggen dat dat wel het laatste was wat ze wilde.
‘Ik heb altijd mijn twijfels over die Catherine gehad.’ Haar moeder stond op. Ze sneed een boterham af en begon er met soepele, regelmatige bewegingen boter op te smeren. Ze stond met haar rug naar Sally toe. Margaret kon nooit haar mond houden wanneer ze vond dat er iets gezegd moest worden. En ze was er nog trots op ook.
‘Wat bedoel je daarmee?’ Sally voelde dat haar wangen gingen gloeien en was blij dat haar moeder het niet zag.
‘Ik vond dat ze een slechte invloed op je had. Je bent veranderd sinds je met haar omging. Misschien heeft Magnus haar niet vermoord, wat de mensen ook zeggen. Misschien was ze wel het soort meisje dat geweld aantrok.’
‘Hoe kun je dat nu zeggen? Dat is hetzelfde als zeggen dat sommige vrouwen erom vragen verkracht te worden.’
Margaret deed alsof ze het niet had gehoord. ‘Je vader belde dat hij laat thuiskomt. Hij heeft een vergadering in de stad. We eten zonder hem.’
Het was Sally opgevallen dat hij de laatste tijd steeds vaker vergaderingen in de stad had. Ze vroeg zich wel eens af waar hij mee bezig was. Niet dat ze het haar vader kwalijk nam. Ze vond thuis eten vreselijk en als ze eronderuit kon komen, zou ze het niet laten. Het zou anders geweest zijn als ze broers en zussen had gehad, en als haar moeder minder bemoeiziek was. Het enige wat ze deed was vragen stellen. Hoe was het op school, Sally? Welk cijfer had je voor dat Engelse proefwerk? Haar moeder wilde altijd alles weten. Margaret had bij de politie moeten gaan, dacht Sally. Echt, nadat ze zich haar leven lang had weten af te schermen voor de vragen van haar moeder, had ze van een politie-inspecteur niets te vrezen.
Zoals altijd aten ze aan de keukentafel. Geen tv. Geen drank, ook niet als haar vader thuis was en zelfs niet bij speciale gelegenheden. Ouders moesten het goede voorbeeld geven, zei Margaret vaak, en altijd met een zuinig mondje. Hoe kon je het kinderen kwalijk nemen dat ze zich op vrijdagavond in Lerwick laveloos dronken als hun ouders geen dag zonder drank konden? Zelfbeheersing was een ouderwetse deugd die best in ere hersteld mocht worden. Tot voor kort had Sally aangenomen dat haar vader dat ook vond. Hij was er in elk geval nooit tegenin gegaan. Toch meende Sally dat ze de laatste tijd wel eens een glimp opving van een wat soepeler, meer ontspannen persoon die achter die façade zat. Ze vroeg zich af wat voor man haar vader geworden zou zijn als hij met iemand anders was getrouwd.
Ze waren klaar met eten. Sally bood aan af te wassen maar Margaret maakte een wuivend handgebaar. ‘Laat maar staan. Ik doe het straks wel.’
Net als gaan zitten voordat de thee klaar was om ingeschonken te worden was dit een indicatie dat er in de denkwijze van haar moeder een lichte aardverschuiving had plaatsgevonden. Margaret had de aanblik van vuile vaat nooit kunnen verdragen. Haar reactie erop was bijna fysiek te noemen. Zoals mensen die allergisch waren en die rode vlekken in hun gezicht kregen als ze iets verkeerds hadden gegeten.
‘Dan ga ik maar aan mijn huiswerk beginnen.’
‘Nee,’ zei haar moeder. ‘Je vader komt zo thuis en we willen met je praten.’
En dat klonk echt serieus. Misschien hadden ze ontdekt waar ze tijdens de jaarwisseling was geweest. Je kon hier geen scheet laten zonder dat heel Shetland ervan wist. Sally vroeg zich af wat het anders kon zijn dat ervoor zorgde dat haar moeder op haar stoel bleef zitten terwijl de vuile vaat nog op het aanrecht stond. Ze zette zich schrap voor de vragen die zouden komen, begon alvast leugens te bedenken die ze als antwoord kon gebruiken.
Toen werd er op de deur geklopt en sprong Margaret op alsof ze de hele tijd op dit moment had gewacht. Na een vlaag gure buitenlucht kwam er een man binnen, gevolgd door een jonge vrouw in een politie-uniform. Sally herkende de vrouw, Morag, die een of andere halve nicht van Margaret was. Dus ze wíst dat ze zouden komen, en het was waarschijnlijk Morag die haar had gewaarschuwd. Zo werkte dat als je familie van elkaar was. Sally probeerde zich te herinneren wat ze nog meer van de vrouw wist. Ze was bij de politie gegaan nadat ze een tijdje bij een bank had gewerkt. Ook daarover had Margaret iets te zeggen gehad. Ze is altijd al een wispelturige jongedame geweest. Nu begroette ze de agente alsof ze haar beste vriendin was. ‘Morag, kom verder. De haard brandt en het is daar veel te koud.’
Sally bekeek Morag eens goed en meende te zien dat ze dikker was geworden. Sally lette altijd op hoe mensen eruitzagen. Ze wist hoe belangrijk dat was. Moest je niet goed in vorm zijn als je bij de politie werkte? En aan dat uniform was niets elegants te ontdekken. De man was heel groot. Niet dik maar groot. Hij was bij de deur blijven staan en wachtte totdat Morag iets zou zeggen. Sally zag dat hij naar haar knikte, om haar aan te moedigen het initiatief te nemen.
‘Margaret, dit is inspecteur Perez. Hij wil Sally graag een paar vragen stellen.’
‘Over dat meisje dat is gestorven?’ Margaret zei het bijna achteloos.
‘Ze is van het leven beroofd, mevrouw Henry,’ zei de politieman. ‘Vermoord. U hebt een dochter van dezelfde leeftijd. U wilt vast graag dat we de dader pakken.’
‘Natuurlijk. Maar Sally was een goede vriendin van Catherine. Ze heeft een flinke shock. Ik wil niet dat ze verder van streek wordt gemaakt.’
‘Daarom heb ik Morag meegebracht, mevrouw Henry. Zij is vriendelijk en bekend. Nou, mogen we met Sally in de andere kamer gaan zitten, zodat we u niet storen?’
Sally had verwacht dat haar moeder zou protesteren, maar de man had iets – een zekere autoriteit, een ontspannen manier van doen, de zelfverzekerdheid dat hij zijn zin toch wel zou krijgen – wat haar blijkbaar deed beseffen dat het geen zin had zich tegen hem te verzetten.
‘Deze kant op,’ zei ze stijfjes. ‘Ik zal het vuur aansteken en jullie verder met rust laten.’
De kamer was natuurlijk smetteloos. Margaret kon geen rommel in huis verdragen. Sally’s viool en de muziekstandaard mochten in het zicht blijven, om haar aan te moedigen meer te studeren of bij het bezoek de indruk te wekken dat ze een cultureel gezin waren, maar verder lag alles op zijn plek. Zelfs schriften nakijken of de volgende schooldag voorbereiden deed Margaret hier niet. Perez nam plaats in een stoel, met zijn rug naar het raam, en strekte zijn lange benen. Margaret had de gordijnen al dichtgedaan. Dat was een vast ritueel. Een van haar vele. Als ze ’s winters thuiskwam van school, deed ze altijd eerst in alle kamers de gordijnen dicht. Morag kwam naast Sally op de bank zitten. Sally vermoedde dat dit afgesproken was. Misschien was ze erbij om Sally te troosten als het nodig was. O, lieve hemel, dacht Sally. Als ze me maar niet aanraakt. Met die bleke, mollige handen. Dat zou ik niet kunnen verdragen.
Perez wachtte tot Margaret de kamer uit was voordat hij iets zei.
‘Het moet een vreselijke schok voor je zijn geweest,’ zei hij. ‘Toen je het nieuws over Catherine hoorde.’
‘Ze hadden het erover in de bus, op weg naar huis, maar ik kon het niet geloven. Maar toen ik thuiskwam vertelde mijn moeder het me ook.’
‘Vertel me eens iets over Catherine,’ zei hij. ‘Wat was ze voor iemand?’
Op die vraag had Sally niet gerekend. Ze had meer directe vragen verwacht. Wanneer heb je Catherine voor het laatst gezien? Heeft ze gezegd dat ze ruzie met iemand had? Hoe deed ze tegen je?
Op deze vraag had ze geen antwoord klaar.
Perez merkte haar verwarring op. ‘Ik weet het,’ zei hij. ‘Het lijkt misschien niet relevant. Maar ik zou het toch graag willen weten. Het is het minste wat ik nu nog voor haar kan doen, haar als een individu behandelen.’
Sally begreep het nog steeds niet helemaal.
‘Ze kwam uit het zuiden,’ zei ze. ‘Haar moeder was overleden. Dat maakte haar... anders dan anderen.’
‘Ja,’ zei hij. ‘Dat kan ik me voorstellen.’
‘Ze was heel artistiek. Ze wist alles van films en toneel. Allerlei bands. Artiesten van wie ik nog nooit had gehoord. Boeken.’
Perez wachtte totdat ze zou doorgaan.
‘Ze was heel intelligent. Op school was ze veel verder dan de rest van de klas.’
‘Misschien was ze daardoor niet erg geliefd. Bij de leraren misschien wel, maar bij de leerlingen niet.’
‘Het kon haar niet schelen of ze geliefd was of niet. Tenminste, die indruk wekte ze.’
‘Natuurlijk kon het haar schelen,’ zei Perez. ‘Iedereen wil dat, tot op zekere hoogte. We willen allemaal aardig gevonden worden.’
‘Het zal wel.’ Sally klonk niet overtuigd.
‘Maar jullie waren vriendinnen. Ik heb vandaag haar vader en haar docenten gesproken. Die zeiden allemaal dat ze het met jou beter kon vinden dan met wie ook.’
‘Ze woonde verderop, onder aan de heuvel,’ zei Sally. ‘We gingen elke dag samen met de bus naar de stad. Er wonen in deze buurt verder geen meisjes van mijn leeftijd.’
Er viel een stilte en in de kamer ernaast was het gerammel van borden te horen. De politieman leek meer betekenis aan haar woorden te hechten dan ze volgens haar verdienden. Op de bank zat Morag te draaien alsof het een marteling voor haar was om haar mond te houden en alsof ze talloze vragen had die ze graag had willen stellen.
‘Ik heb vroeger ook op Anderson gezeten,’ zei Perez ten slotte. ‘Maar het zal er nu wel anders zijn, denk ik. Toen waren er allemaal groepjes. We woonden in het pension. Ik kwam van Fair Island, en wij en de jongens van Foula konden de weekends niet eens naar huis. En dan had je de leerlingen die elke week met de veerboot van Whalsay en de Out Skerries kwamen. De jongens van Scalloway waren altijd aan het vechten met die van Lerwick. Het was niet zo dat je geen vriendschap kon sluiten met iemand uit een andere groep, maar je wist wel waar je bij hoorde.’ Hij wachtte weer even. ‘Zoals ik al zei, het zal nu wel anders zijn.’
‘Nee,’ zei ze. ‘Er is niet veel veranderd.’
‘Dus je zegt dat jullie min of meer toevallig bevriend zijn geraakt? Niet dat jullie met elkaar omgingen omdat jullie veel gemeen hadden?’
‘Ik geloof niet dat ze met wie ook erg close was. Met mij niet, met haar vader niet. Met haar moeder misschien... Ik had de indruk dat die twee meer voor elkaar waren dan alleen moeder en dochter. Het kan zijn dat Catherine na haar overlijden...’
‘Ja,’ zei Perez. ‘Dat ze het daarna moeilijk vond om nog iemand te vertrouwen.’
Het vuur knetterde en er sprongen vonken af.
‘Had ze een vriend?’
‘Dat weet ik niet.’
‘Kom op nou. Ze moet met jou over dat soort dingen gepraat hebben, als er verder niemand was die er vanaf wist. Ze moet de behoefte hebben gehad het aan iemand te vertellen.’
‘Ze heeft me niks verteld.’
‘Maar?’
Sally aarzelde.
‘Dit is een vertrouwelijk gesprek,’ zei Perez. ‘Ik vertel niemand iets en als je ouders het te weten komen, zorg ik ervoor dat Morag op staande voet wordt ontslagen.’
Ze moesten alle drie lachen, maar er klonk genoeg dreiging in zijn stem door om er voor Morag voor te zorgen dat ze het serieus nam. Dat hoorde Sally.
‘Oudejaarsavond,’ zei ze.
‘Ja.’
‘Ik mocht niet naar de stad. Mijn ouders hebben een hekel aan pubs en bars. Maar al mijn vrienden zouden er zijn. Ik heb tegen mijn ouders gezegd dat ik bij Catherine zou blijven, maar we zijn dus samen naar de stad gegaan. Catherines vader maakte zich nooit erg druk om wat ze deed. We hebben een lift terug gekregen. Ik had de indruk dat Catherine de jongen die reed misschien kende.’
‘Wie was dat?’
‘Dat kon ik niet zien. Ik zat achterin. We zaten met z’n vieren op de achterbank, boven op elkaar. Je kon geen barst zien. Zij zouden doorgaan naar een ander feest, zonder Catherine en mij. Catherine zat voorin, met de jongen die reed. Ze praatten niet met elkaar, maar toch leek het alsof ze elkaar kenden. Misschien wel omdat ze juist níét met elkaar praatten. Niet dat geklets uit beleefdheid, van mensen die elkaar niet kennen. Maar misschien is het gek dat ik dat denk.’
‘Nee,’ zei Perez. ‘Ik begrijp precies wat je bedoelt. Wie zaten er nog meer in die auto?’
Ze vertelde hem over de student en de verpleegster.
‘En wie was de vierde persoon?’
‘Robert Isbister.’ Meer hoefde ze niet te zeggen. Iedereen in Shetland kende Robert. Zijn familie had een vermogen verdiend toen er voor het eerst olie aan wal werd gebracht. Zijn vader had een bouwbedrijf, had alle grote contracten binnengehaald en het bouwbedrijf was nu het grootste van heel Shetland. Robert had een luxe vissersboot, de Wandering Spirit, die in de haven van Whalsay lag. Verhalen over die boot werden verteld in elke pub en bar op het eiland. Toen hij hem net had, was hij ermee naar Lerwick gevaren en had hij mensen aan boord laten rondkijken. De kajuit en de hutten hadden leren banken en televisies die Sky TV konden ontvangen. In de zomer voer hij met groepjes vrienden naar Noorwegen. Dan legden ze aan in een van de fjorden en werden er aan boord wilde feestjes gegeven.
‘Robert was niet Catherines vriend?’ vroeg Perez.
‘Nee,’ zei ze, iets te snel.
‘Ik heb gehoord dat hij van jongere meisjes houdt.’
Sally gaf geen antwoord; ze wist wel beter.
‘Of val je misschien zelf op hem?’ Het was net alsof hij een grapje maakte en het niet meende, maar toch begon ze te blozen.
‘Doe niet zo gek,’ zei ze. ‘U weet niet hoe mijn moeder is. Die zou me vermoorden.’
‘Kun je je verder helemaal niks meer herinneren van de auto, of van de bestuurder?’
Ze schudde haar hoofd.
‘De avond voordat ze verdween schijnt Catherine naar een feest geweest te zijn. Was jij daar ook?’
‘Dat heb ik u gezegd.’ Haar stem klonk verbitterd. ‘Ik mág niet naar feestjes.’
‘Maar wist je er wel van?’
‘Ik ben niet uitgenodigd. Dat doen ze niet meer. Ze weten dat ik toch niet kom.’
‘Heeft iemand het vandaag op school over dat feest gehad?’
‘Niet tegen mij.’
Perez staarde enige tijd in het vuur. ‘Is er nog iets anders wat ik zou moeten weten?’
Sally gaf niet meteen antwoord, maar hij bleef wachten.
‘Die nacht dat we terugkwamen uit Lerwick,’ zei ze. ‘Nieuwjaarsmorgen.’
‘Ja?’
‘We zijn toen bij die oude man langs geweest. Magnus. We hadden allebei gedronken en er brandde nog licht bij hem. We daagden elkaar uit, of we het durfden om bij hem aan te kloppen en hem gelukkig nieuwjaar te wensen.’
Perez leek niet verbaasd. Misschien had ze dat gehoopt, dat hij verbaasd zou zijn. ‘Zijn jullie bij hem binnen geweest?’
‘Ja, eventjes.’ Ze wachtte even. ‘Het leek wel alsof hij werd betoverd door Catherine. Hij kon zijn ogen niet van haar afhouden. Het was alsof hij een geest zag.’